999 pootjes om je op weg te helpen
Home » Werkwijze » BPSW Beroepscode

Kernkwaliteiten uit BPSW beroepscode

(sociaal agogisch werker)

 

Kernkwaliteiten zijn eigenschappen die tot het wezen (de kern) van een persoon behoren. Zij ‘kleuren’ de mens, het is een speciļ¬eke sterkte waar wij bij hem of haar aan denken. Kernkwaliteiten zijn uitingen van het Zelf waar bezieling van uit voortkomt. Kernkwaliteiten zijn niet aan te leren, maar wel te ontwikkelen. Sociaalagogische werkers staan voor de volgende kernkwaliteiten in hun werk:

 

- Sociale betrokkenheid: Als sociaal werker doe je je werk vanuit een maatschappelijk engagement. Sommigen verwoorden dat met ‘met mensen werken’, anderen met ‘willen bijdragen aan een betere samenleving’. Jij vindt dat alle mensen recht hebben op een goede kwaliteit van leven, dat zij vanuit hun eigen levensvisie hun leven kunnen bepalen, ook al zijn zij gehandicapt, hebben zij gezondheidsproblemen of leven zij in een achterstandssituatie.

 

- Empathie: Als beroepskracht kun je je inleven in de situatie van de cliënt en ben je in staat hun kwaliteiten, talenten te zien en te waarderen. Je benadert hen met respect en je kunt schakelen tussen verschillende culturen, leefstijlen en generaties. Je straalt een culturele sensitiviteit uit. Je weet hun vertrouwen en sympathie te winnen en deze vast te houden in probleemsituaties.

 

- Assertiviteit: Jij hebt een goede antenne voor verbale en non-verbale signalen in de omgangstaal. Jij hebt een goed gevoel voor verhoudingen en je eigen positie hierin. Jij kunt goed inschatten welke wensen van cliënten belangrijk zijn en waar je grenzen moet stellen. Jij hebt ook een goed gevoel voor verhoudingen met leidinggevenden en collega’s. Jij weet je eigen normen en waarden goed in te schatten en de grenzen te bewaken.

 

- Representativiteit: Als beroepskracht heb je een positieve en professionele uitstraling naar cliënten, collega’s en beroepskrachten van andere organisaties. Je vertegenwoordigt je werkeenheid naar buiten en weet je als beroepskracht met een eigen identiteit en ethiek te presenteren. Je staat voor je vak en bent kritisch naar vakgenoten en organisaties waar het gaat om het behouden van beroepsnormen en kwaliteit.

 

- Integriteit: Als beroepskracht hanteer je de algemeen geldende ethische normen en houd je je aan de beroepscode. Daardoor weten cliënten zich veilig bij jou en weten zij dat persoonlijke informatie in vertrouwde handen is. Je bent betrouwbaar in het nakomen van afspraken, gaat zorgvuldig om met informatie van cliënten, de organisatie en derden. In samenwerking met andere disciplines weet je je beroepscode te handhaven.

 

Beroepsnormen uit BPSW beroepscode

(jeugd en gezinsprofessional)

 

Jeugdige cliënt tot zijn recht laten komen

De jeugd- en gezinsprofessional bevordert dat de jeugdige cliënt in zijn opvoeding en ontwikkeling tot zijn recht komt en werkt daartoe samen met diens sociale omgeving.

 

Bevordering deskundigheid

De jeugd- en gezinsprofessional oefent zijn beroep deskundig uit op basis van actuele kennis en in nauwe aansluiting op ontwikkelingen in de jeugdhulp en jeugdbescherming.

 

Bereid iedere cliënt te helpen

De jeugd- en gezinsprofessional toont ten aanzien van iedere cliënt gelijke bereidheid te helpen bij opvoedings- en ontwikkelingsvragen. Gelijke bereidheid impliceert dat iedereen gelijke kansen behoort te krijgen tot het aangaan van een professionele relatie. Dit betekent dat de jeugd- en gezinsprofessional geen onderscheid maakt op grond van ras, etniciteit, seksuele geaardheid, aard van de problemen, geslacht, handicap, ziekte, levens- of politieke overtuiging.

 

Respect

De jeugd- en gezinsprofessional respecteert de persoon van:

  • de jeugdige cliënt met diens kwetsbaarheid, groeiende zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid;
  • de ouder /opvoeder met zijn eigen verantwoordelijkheid en opvoedingsvisie, voor zover niet in strijd met wettelijke kaders.

 

Overeenstemming/instemming omtrent hulp- en dienstverlening

De jeugd- en gezinsprofessional overlegt met de jeugdige cliënt en/of met diens ouders/opvoeders om tot overeenstemming/instemming te komen over de hulp- en dienstverlening.

 

Vertrouwelijkheid

De jeugd- en gezinsprofessional behandelt informatie over de jeugdige cliënt, diens ouders/

opvoeders en hun omstandigheden vertrouwelijk.

  • Hij informeert zijn cliënt in geval van door wet- en regelgeving verplichte rapportage aan of overleg met derden.
  • Hij vraagt toestemming aan zijn cliënt en/of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger als hij meent dat het noodzakelijk is om met derden vertrouwelijke informatie uit te wisselen.

 

Vermoeden kindermishandeling bespreekbaar maken

De jeugd- en gezinsprofessional bespreekt een vermoeden van fysieke, seksuele en/of psychische kindermishandeling met de betrokken minderjarige en relevante betrokkenen uit het cliëntsysteem, tenzij dit alles niet in het belang van de minderjarige is.